ShootnShop!

Diafragma, Sluitertijd en Gevoeligheid

Gebruikerswaardering: / 15
LaagsteHoogste 

thumbnail diafragma

In de fotografie zijn er 3 belangrijke parameters die de belichting van je foto bepalen. Dit is het diafragma, de sluitertijd en de ISO (lichtgevoeligheid). Deze 3 parameters samen wordt ook wel de belichtingsdriehoek genoemd. Ze hebben allemaal invloed op elkaar en zijn daardoor met elkaar verbonden. Maar wat is het diafragma nu precies, en welke invloed heeft de sluitertijd? Wat kun je doen met een hoge ISO waarde? In het volgende artikel zul je meer te weten komen over de belichtingsdriehoek en haar toepassingen.

 



Belichtingsdriehoek

Het woord fotografie betekent schrijven met licht. Elke foto die je maakt is afhankelijk van je belichting. De belichting is afhankelijk van 3 belangrijke factoren die je kan instellen op de meeste camera's. Deze 3 factoren zijn het diafragma, de sluitertijd en de ISO (lichtgevoeligheid). Deze belichtingsfactoren worden ook wel de belichtingsdriehoek genoemd omdat ze van invloed zijn op elkaar. Wanneer je 1 van deze factoren parameters aanpast zal dit direct een gevolg hebben voor je andere parameters en uiteindelijk je foto.

belichtingsdriehoek

Diafragma

Het diafragma (opening) van de lens/camera bepaalt hoeveel licht er op de sensor valt. Je kan het vergelijken met je iris van je oog. In donkere ruimtes zal je pupil groot worden omdat er weinig licht is. Door de grote opening van de iris kan er veel licht binnen komen. In heldere ruimtes zal je pupil kleiner zijn omdat er anders te veel licht binnen komt. Tevens kan je met het diafragma de scherptediepte controleren. Wil je een onderwerp scherp hebben en de achtergrond wazig? Kies dan voor een groot diafragma (Let op, dit is een klein f-getal) in de orde van f/2.8. Met dit diafragma zorg je voor een kleine scherptediepte. Wil je juist alles scherp hebben, kies dan voor een klein diafragma (Let op, dit is een groot f-getal) in de orde van f/16.

Met scherptediepte wordt het gebied bedoeld (van voor tot achtergrond) dat scherp op de foto komt. Bij het kleinste diafragma (hoogste getal) is de hoeveelheid doorgelaten licht het kleinst, maar de scherptediepte het grootst.

Een diafragma reeks bestaat normaal gesproken uit de volgende waarden:

1.4 - 2.8 - 4 - 5.6 - 8 - 11 - 16 - 22

De stap tussen deze getallen noemen we een stop. Een klein diafragma is een hoog nummer. Dus een diafragma van 11 laat minder licht door dan een diafragma van 1.4. De scherptediepte van het onderwerp is dan groter.

Wanneer je een klein f-getal hebt (een grote opening) komt er dus heel veel licht binnen op je sensor. Zoals we eerder zagen staan deze belichtingsfactoren met elkaar in verbinding. Als je dus een groot diafragma hebt dan kiest de camera vaak een korte sluitertijd voor je. Een korte sluitertijd is noodzakelijk omdat er andere té veel licht binnen komt en je foto overlbelciht dreigt te raken.


Een voorbeeld van een foto met een grote scherptediepte (groot f-getal):
alt

 Een voorbeeld van een foto met een kleine scherptediepte (klein f-getal):
diafragma
 

Sluitertijd

De sluitertijd bepaalt hoe lang er licht op de sensor valt. De spiegel van camera klapt op en laat licht op de sensor vallen. Dit is het typische klik-klak geluid wat je hoort. Hoe langer de lsluitertijd is hoe gevoeliger de foto is voor bewegingsonscherpte. Die onscherpte ontstaat namelijk doordat tijdens het belichten de camera of het onderwerp beweegt. Een mooi voorbeeld van bewegingsonscherpte zijn die lange lichtstralen achter een auto die op de snelweg rijdt en bij weinig licht wordt gefotografeerd.

Een sluitertijdenreeks kan bijvoorbeeld zijn:

1/1000 - 1/500 - 1/250 - 1/125 - 1/60 - 1/30 - 1/15 - 1/8 - 1/4 - 1/2 - 1

Gewoonlijk wordt dit op de camera verkort aangegeven:

1000 - 500 - 250 - 125 - 60 - 30 - 15 - 8 - 4 - 2 - 1.

1/1000 betekent dan 1 duizendste van een seconde er licht op de sensor valt.

Hoe hoger de sluitertijd hoe korter de lens open staat en dus hoe minder de kans op bewegingsonscherpte is. Naast de sluitertijd is ook het objectief (de lens zelf) van invloed op de bewegingsonscherpte. Flink inzoomen op een onderwerp maakt de kans op onscherpe foto's aanzienlijk groter en dus het uit de hand fotograferen moeilijker. Een vuistregel bij het uit de hand fotograferen is: kies minimaal een sluitertijd die, wat het getal betreft het dichtst bij de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief zit.
Bijvoorbeeld 1/60 sec. bij een 50 mm lens en 1/125 sec. bij een 135 mm lens. Zit je er onder dan zul je een statief moeten gebruiken om bewegingsonscherpte te voorkomen.

Voorbeeld van bewegingsonscherpte:
alt

Hier is goed te zien dat de stilstaande objecten allemaal scherp zijn maar dat de auto's op de weg onscherp en vaak helemaal niet zichtbaar zijn. De sluitertijd was hier waarschijnlijk erg lang.

De sluitertijd heeft uiteraard ook weer invloed op het diafragma. Wanneer je een lange sluitertijd hebt zal er veel licht binnen komen op de sensor. Je camera kiest er dan automatisch voor om een klein diafragma te hebben. Een kleinere opening zorgt immers voor minder licht. Wanneer de camera een groot diafragma zou kiezen zou er té veel licht op de sensor komen waardoor er grote kans is op overbelichting.

 

ISO (lichtgevoeligheid)

De mate van gevoeligheid voor licht van de film wordt ook wel filmgevoeligheid genoemd. De waarde wordt uitgedrukt in ISO. Hoe hoger de waarde, hoe gevoeliger de film. De norm is vastgesteld door de International Standards Organization. Bij gevoelige films kun je voor de juiste belichting veel kortere sluitertijden gebruiken. Een laag getal betekent dat de film weinig lichtgevoelig is. Bij deze films heb je een langere sluitertijd nodig voor de juiste belichting. In de tijd van de analoge fotografie had je de keus per rolletje welke ISO je wilde. Bij digitale fotografie is er het voordeel dat je per foto kunt aangeven hoe gevoelig de plaat moet zijn voor het invallende licht. Een hoge ISO waarde (400-800) heeft als voordeel dat je kortere sluitertijden kunt gebruiken, een kleiner diafragma kunt kiezen (dus meer scherptediepte) en niet zo snel hoeft bij te flitsen.

Nadeel van hogere ISO waarden (800) is dat er op de foto een grote "korrel" zichbaar is. Dit wordt ook wel ruis genoemd. Hoewel de techniek met stappen vooruit gaat en zelfs bij hogere ISO waarden er minder ruis zichtbaar is, wordt vaak geadviseerd om je ISO zo laag mogelijk te houden. Soms kan het in bepaalde omstandigheden niet anders maar vergeet dan niet dat je ook altijd nog één van de andere parameters van de belichtingsdriehoek kan veranderen. De voorkeur gaat namelijk uit om als laatste je ISO waarde te wijzigen.

Reacties 

 
#5 Kuifhoentje 03-04-2012 18:41
Uitleg met voorbeeldfoto's erbij is altijd prettig!

Duidelijk verhaal, een beetje herhaling is nooit weg :-)
 
 
#4 romain 13-02-2012 12:48
Leuk dat deze theorie over de fotografie weer eens herhaald wordt.
Het blijft altijd moeilijk om de uitleg over diafragma te volgen, klein F - getal is grote opening(open diafragma), en een groot F- getal is klein diaframa..
 
 
#3 Tinneketin 13-02-2012 12:07
Heb van fotografie geen kaas gegeten maar toch bedankt voor de link ! ;-)
 
 
#2 Dirgin 12-02-2012 13:42
Dankjewel Sander voor deze duidelijke uitleg! :-)
 
 
#1 cegefoto 12-02-2012 12:57
Het is op zich bekende kost. En toch is het altijd fijn om de theorie nog eens terug te kunnen lezen. De ene uitleg is immers de ander niet.
Dus Sander, bedankt voor dit heldere verhaal :-) .
 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

Poll

Ik heb:





Resultaten
Je bent nu hier Artikelen :: Fotografie :: Diafragma, Sluitertijd en Gevoeligheid